|
Charles Picqué en Guy Vanhengel moedigen jong sporttalent in Brussel aan
Meerjarenplan voor infrastructuur voor sportopleiding
De voetbalclubs Sporting Anderlecht, FC Brussels, Union Saint Gilloise, White Star Woluwe en basketbalclub Atomia en nog een aantal kleinere clubs krijgen dit jaar samen 3,5 miljoen EUR ter beschikking om infrastructuur uit te bouwen voor sportopleiding voor jongeren. De Brusselse ministers Charles Picqué en Guy Vanhengel, beide bevoegd voor het imago van Brussel, willen met dit nieuw meerjarenplan jong sporttalent in Brussel aanmoedigen.
Het Brussels Gewest subsidieert steeds meer kleine sportclubs die een kunstgrasveld willen aan te leggen om te voetballen. Nu hebben de Brusselse ministers Picqué en Vanhengel een nieuwe stap gezet met de investering van een hoog bedrag van 3,5 miljoen EUR per jaar, gedurende 4 jaar, voor een betere infrastructuur voor de jeugdopleidingen van ploegsporten.
De grootste hap van het budget gaat naar de inrichting van een opleidingscentrum voor Sporting Anderlecht in Neerpede. Het gaat om een co-financiering: het Brussels Gewest zal 1/3 van de investeringen betalen, de club zelf zal de resterende 2/3 ophoesten.
“Anderlecht is actief in de internationale competitie en is een club met internationale uitstraling,” zegt Vanhengel, “Door de jeugdopleiding te steunen moedigen we jongeren aan die zich geroepen voelen om topsporter te worden. Het zal de jonge voetballers ook motiveren. In een kleine club stagneren ze. Hier worden hun ambities aangescherpt”.
Ook FC Brussels valt in de prijzen: “Deze voetbalclub in Molenbeek rekruteert zijn jongeren in heel brede lagen van de Brusselse bevolking”, zegt Vanhengel.
Naast de voetbalploegen van 1ste en 2de afdeling, valt ook één basketbalploeg in de prijzen: met name Atomia, die eveneens op hoog niveau speelt.
Waarom investeren de ministers alleen in de jeugopleidingscentra voor ploegsporten?
Het is heel bewust dat beide ministers investeerden in de jeugdopleidingscentra van een beperkt aantal ploegsporten. Om resultaat te boeken gaan ze ervan uit dat ze best de middelen moeten concentreren op een beperkt aantal populaire sportactiviteiten met een hoog integratie-vermogen. “Voetbal en basket zijn nu eenmaal populairder dan andere teamsporten zoals volley, hockey of rugby” zegt Vanhengel. “Concreet hebben we voorrang gegeven aan de ploegsporten, omdat een stadsgewest als Brussel het ontwikkelen van sociale cohesie goed van pas komt. Het is gezond, jongeren leren discipline, ze leren gezag aanvaarden. Zo'n waarden worden hen op een speelse manier meegedeeld”.
Waarom bevoordeligen Picqué en Vanhengel de topclubs?
“Het Brussels Gewest investeert al in de nabijheidssporten”, merkt Vanhengel op. “Maar tot nog toe hadden we nog geen middelen voorzien voor topsport. Diverse clubs vroegen ons om de opleiding van de jongeren op niveau te brengen. De gemeenten waarin ze gevestigd zijn, hebben het niet te breed. Vandaar dat het Gewest bijspringt. Maar de middelen die naar de kleine clubs gaan zijn nog altijd dubbel zo hoog als de middelen die we nu aan de topclubs spenderen”.
Vanhengel merkt nog op dat steeds meer overheden in sport in Brussel investeren. Niet alleen Beliris, ook de Vlaamse Gemeenschap, de VGC, de COCOF maken de laatste jaren steeds meer middelen vrij voor sport. Alle initiatieven zijn welkom.
“Hoe meer jongeren sporten, hoe meer kans bestaat dat we jong talent kunnen detecteren voor de topsport, “ zo besluit Vanhengel. “Als we willen dat de jonge kansarmen ook aangespoord worden om op sportvlak actief te worden, dan hebben ze helden nodig uit hun gemeenschap. Ik denk daarbij aan Vincent Kompagny. Hij en Van Den Borre doen de jongeren dromen”
En dan de cijfers
De Brusselse regering weerhoudt vier verschillende categorieën van begunstigden van deze subsidie.
In een eerste fase volstaat het een onderscheid te maken tussen het al of niet internationale, nationale of regionale karakter van de competitie(s) waarin de in aanmerking komende kandidaten zich moeten ontplooien.
Categorie 1: De Brusselse voetbalclub(s) van 1ste Afdeling van het nationaal kampioenschap, die bovendien in een internationale competitie actief zijn en aldus een internationale uitstraling hebben.
Concreet gaat dit over de jeugdopleiding van Sporting Anderlecht in Neerpede
Categorie 2 : De Brusselse clubs van 1ste of 2de Afdeling die voetbal of basketbal spelen en die deelnemen aan het nationale kampioenschap in hun sporttak en aldus een nationale uitstraling hebben.
FC Brussels (1 mio EUR), Union Saint-Gilloise (550.000 EUR) en Basketbalclub Atomia (250.000 EUR)
Categorie 3: De Brusselse voetbalclubs van 3de Afdeling die deelnemen aan het nationale kampioenschap en die aldus een nationale of regionale uitstraling hebben.
In casu White Star Woluwe.
Categorie 4 : Alle sportclubs voor liefhebbers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (nog onbepaald).
Deze laatste categorie groepeert alle sportclubs die een aanvraag indienen voor infrastructuur en omkadering voor de jeugdopleiding.
De Regering zal deze inspanningen minstens op dit niveau gedurende vier opeenvolgende begrotingsjaren (2006-2009) verder zetten.
De subsidie wordt verdeeld volgens onderstaande tabel:
|
|
|
2006 |
|
Categorie 1 |
D1 (Internationaal) |
1.250.000 |
|
Categorie 2 |
D1/D2 (Nationaal) |
1.800.000 |
|
Categorie 3 |
D3 |
100.000 |
|
Categorie 4 |
Projecten |
350.000 |
|
|
|
3.500.000 |
Wat de begunstigden betreft van de eerste categorie, dient de toegekende subsidie uitsluitend voor de financiering van de investeringen die worden uitgevoerd om een infrastructuur uit te bouwen voor de jeugdopleiding in Neerpede.
Voor de begunstigden van de tweede en derde categorie geldt bovenstaand principe ook, zij het dat wordt toegestaan dat voor de begunstigden van categorie 2 ten belope van 25% en voor de begunstigden van categorie 3 ten belope van 40 % van het toegekende bedrag gebruikt wordt voor de financiering van de personeelskosten of van de werking die rechtstreeks verband houdt met de uitbating van de infrastructuur die werd opgezet in het kader van de subsidie.
De projecten die in het kader van de vierde categorie worden ingediend, kunnen tot 100% gefinancierd worden binnen de perken van de beschikbare middelen.
De clubs uit deze categorie moeten noodzakelijkerwijze zijn aangesloten bij de nationale bondsstructuur of bij deze van één van de Gemeenschappen voor wat hun sporttak betreft. Zij moeten over een voldoende organisatiestructuur beschikken om de gerealiseerde infrastructuur optimaal aan te kunnen wenden in functie van de doelstellingen van deze subsidie.
Essentieel voor alle categorieën is dat de infrastructuur, die op zulke wijze wordt gefinancierd, eigendom blijft van de lokale of gewestelijke overheid of gedurende een te bepalen periode niet mag worden vervreemd en niet mag worden aangewend voor andere doeleinden dan diegene die door deze toelage beoogd werden.
De gemeenten waar de gesubsidieerde sportclubs zijn gevestigd, worden betrokken bij de realisatie van de projecten en worden zo de geprivilegieerde partners bij de besteding van de subsidie.
Samenwerkingsverbanden moeten worden uitgewerkt met de begunstigden om de volgende neveneffecten te sorteren:
-> promotie van het imago van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in België en in het buitenland;
-> valorisatie van de sociale rol van de topsport;
-> opleidingen in de topsport voor de jongeren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Om toe te zien op de naleving van de verplichtingen en om de praktische uitwerking van die subsidie te realiseren, wordt een Stuurcomité opgericht met daarin de Minister-Voorzitter en de Minister van Begroting aangevuld met de Collegeleden bevoegd voor Sport van de CoCof en van de VGC.
|