|
Vice-premier Guy Vanhengel vindt dat de deelstaten zuiniger moeten omspringen met hun middelen. De uitgaven van de regio’s stijgen sneller dan die van de federale overheid. De kostprijs van de pensioenen van de regionale ambtenaren stijgt een pak sneller dan die van de federale overheid. Dat antwoordde Vanhengel in de Kamercommissie financiën op interpellaties van de oppositie die vindt dat de federale staat meer inspanningen moeten leveren. Vanhengel: “De Europese Commissie heeft gevraagd dat België reeds in 2012 de 3 %-norm bereikt. Dit impliceert minstens het engagement dat de boni van de economische groei niet bijkomend worden uitgegeven en eventueel bijkomende maatregelen worden genomen indien dit niet zou volstaan. Welnu, de federale regering heeft deze bijkomende inspanningen op geen enkele manier op andere overheden verhaald. Noch de deelstaten, noch de lokale overheden moeten een bijkomende inspanning leveren.
Voor de deelstaten hebben we immers louter hun eigen begrotingsdoelstellingen en regeerakkoorden overgenomen. Hun eigen cijfers. Hun eigen meerjarendoelstellingen of regeerakkoorden. Op geen enkel moment is een bijkomende inspanning gevraagd, ondanks betere economische parameters.
Hetzelfde voor de lokale overheden. Hier hebben we exact dezelfde cijfers als het vorige stabiliteitsprogramma overgenomen, nl. een tekort van 0,2 %, ook ondanks betere economische groeivooruitzichten.
Dit samenwerkingsakkoord is op 26/1/2010 besproken op een Interministeriële Conferentie, met alle vertegenwoordigers van de Gemeenschappen en Gewesten. Het enige dispuut dat toen nog openstond, was precies dit laatste element betreffende de lokale overheden.
Mogen de lokale overheden een tekort van 0,2 % of 0,3 % hebben in 2011 en 2012? 0,2 % was, met het akkoord van de Gemeenschappen en Gewesten, opgenomen in het vorige stabiliteitsprogramma. 0,3 % in 2011 en 0,28 % in 2012 is een inschatting van de Hoge Raad voor Financiën.
We debatteren dus over 0,08 % van het BBP.
De stelling van de federale overheid is duidelijk:
- ofwel nemen de Gewesten hun budgettaire verantwoordelijkheid op voor eventuele tekorten of overschotten van de lokale overheden. Aangezien zij voogdijoverheid zijn, is dit de meest logische optie. In dat geval bepalen de Gewesten uiteraard de inschatting van eventuele tekorten van de lokale overheden.
- ofwel nemen zij deze verantwoordelijkheid niet op. Zoals nu. Maar dan komt het nog steeds aan de federale overheid toe om de tekorten van de lokale overheden in te schatten.
Kortom, de federale regering heeft zich duidelijk geëngageerd om de 3 % te halen in 2012 en het evenwicht in 2015. Niét door extra inspanningen te vragen van de deelstaten of de lokale overheden maar door de eigen begrotingdiscipline om alle groeiboni niet uit te geven en eventueel indien nodig uitzonderlijke bijkomende maatregelen te nemen. De inspanningen die de federale regering reeds genomen heeft bij de initiële begroting 2010, recurrente maatregelen, alsook het kader dat reeds voor 2011 geschetst werd, lopen op tot een bedrag van meer dan 3 mia €.…., De Europese commissie en het Rekenhof waarderen dit alvast.
Het is wel spijtig dat Vlaanderen een samenwerkingsovereenkomst voor het jaar 2009 niet gerespecteerde een niet afsloot met het afgesproken tekort van 1 mia €, zoals voorzien in hun zijn eigen begroting en vastgelegd in het samenwerkingsakkoord van 15/12/2009, maar wel met 1,2 mia €. Een verhoging met 20 %.
Maar daar bovenop is de federale overheid de enige die het engagement genomen heeft om de extra economische groei niet om te zetten in uitgaven maar aan te wenden voor saldoverbetering.
Deze vraag werd ook aan de Gemeenschappen & Gewesten gesteld maar dit was een engagement dat zij niet wilden aangaan, m.a.w. zij zullen de extra dotaties die zij krijgen ingevolge de Bijzondere Financieringswet, niet gebruiken voor saldoverbetering …het gaat hier over een bedrag van ruw geraamd 300 mio € voor 2010!
Trouwens, de federale overheid draagt een aantal uitgaven die niet samendrukbaar zijn – in tegenstelling tot de Gemeenschappen & Gewesten, waaronder de uitgaven voor de ambtenarenpensioenen.
De lasten van de pensioenen van de ambtenaren die volgens het Planbureau met meer dan 800 Meur of 0,25% van het bbp zullen stijgen over de periode 2009-2012, via de sociale zekerheid de uitgaven van de werkloosheid en de pensioenen, de rentelasten op onze staatsschuld....tel deze categorieën van uitgaven samen en de federale primaire uitgaven zijn nog slechts een peulenschil.
Ook de verhouding van de federale primaire uitgaven (exclusief de pensioenlast voor de ambtenaren en de afdrachten naar de sociale zekerheid en Europa) mogen eens vergeleken worden met de uitgaven van de Gemeenschappen &Gewesten…
Primaire uitgaven van de federale overheid : 19,003 mia € versus uitgaven van de gemeenschappen en gewesten samen : 42,8 mia € …U zal waarschijnlijk samen met mij moeten vaststellen dat de samendrukbaarheid van de federale uitgaven kleiner is dan elders…
Bovendien heeft de federale regering gekozen voor een budgettaire strategie die de duurzame en potentiele groei verhoogd, zoals aanbevolen door de NBB (cfr. maatregelen ivm groene fiscaliteit, brugpensioen, lastenverlaging voor jongeren en ouderen,..). Volgens het Rekenhof is zulke strategie niet gevolgd in Vlaanderen.
Pensioenen
De lasten voor de ambtenarzenpensioenen stegen tussen 2007 en 2008 met 675 mio € tot een totaal bedrag van 9,455 mia € in 2008).
Het gaat om
213 mio € voor de federale ambtenaren
262 mio € voor de Vlaamse Ambtenaren
183 mio € voor de Waalse Ambtenaren
16 mio € voor de Brusselse Ambtenaren
1,7 mio € voor de Duitstalige Ambtenaren
De totale last voor de ambtenarenpensioenen van de regio’s bedraagt dus 462,7 mio € . Dat is 68,5% van de toename ervan.
Bovendien zijn de finale primaire uitgaven van de federale staat, volgens het laatste verslag van de Nationale Bank, minder snel gestegen (2,3%) in reële termen dan die van de gewesten en gemeenschappen (2,5%) in het verleden (2004-2009). Wat betreft de lokale overheden, is de groei relatief sterk, met 2,9%, wat identiek is aan de groei van de sociale zekerheid. De invloed van de vergrijzing op de sociale zekerheid is al een paar jaar aan de gang: sinds 1995 is het aantal gepensioneerden met meer dan 150 000 gestegen (een stijging van iets minder dan 10%).
|