|
In de nacht van zondag op maandag 10 mei 2010 raakten de ministers van Financiën van de Europese Unie het eens over een ambitieus stabilisering-smechanisme voor de eurolanden. Het gaat om een pakket van minstens 720 miljard euro.
Voor het eerst wordt het partijtje armworstelen dat al vele weken bezig is met de financiële markten door de politieke overheden gewonnen, oordeelt Vanhengel. De omvang van het mechanisme volstaat volgens hem om de markten gerust te stellen dat alle leningen proper zullen worden afbetaald.
Vanhengel heeft de indruk dat alle lidstaten intussen begrepen hebben dat er solidariteit nodig is binnen de EU, en niet alleen tussen zij die met de euro betalen. Vannacht zaten alle 27 lidstaten samen rond de tafel. En dat was nodig, want afzonderlijke lidstaten kunnen onmogelijk voldoende grote bedragen in de schaal werpen.
Toch gaat het niet om een optimale oplossing, geeft Vanhengel toe. Hij zou graag zien dat de Commissie sneller kan reageren. Nu ligt het zwaartepunt nog bij de lidstaten. Eén van de kinderziektes van het Verdrag van Lissabon, aldus Vanhengel. Zo is de bevoegdheidsverdeling tussen de Europese spelers nog steeds niet helemaal uitgeklaard.
Volgens hem bevat het plan meteen ook de eerste stappen naar een Europese obligatiemarkt.
Dat het akkoord zo lang op zich liet wachten, wijt hij minstens ten dele aan de verkiezingskoorts bij de Duitse bondskanselier Angela Merkel. De steun aan de euro maakte deel uit van het politiek debat. Zij was bevangen door koudwatervrees. Het is een algemeen verschijnsel: Als er verkiezingen in de lucht hangen, wordt het altijd moeilijker om moedige beslissingen te nemen, zegt Vanhengel, Het hemd is nader dan de rok en de angst van de kiezer speelt hierin een rol
|