Guy Vanhengel vandaag
 
Laatst toegevoegde artikels
 
Geen woorden maar daden
 
Wie is Guy?
 
Mijn mening, en de uwe...
 
Zinneke
 
Zo hoor je 't eens van een ander

Met een minister op vakantie: Vanhengel in Jamaica

24/08/2009

Guy Vanhengel

Frieda Joris achtervolgt deze zomer vakantiehoudende politici. Voor Guy en Ann Vanhengel moet ze ver reizen: helemaal tot in Jamaica!

Op het tafeltje in Negril staat een asbak in de vorm van een breed lachend rastapoppetje dat ligt te lurken aan een toeter hasj. "Heb ik zelf nooit gedaan", zegt vicepremier Guy Vanhengel (51). "Nooit. Maar ik voel me wel verbonden met Bob Marley, hij was een humanistische liberaal zoals ik wil zijn. En ik heb altijd van zijn muziek gehouden." Eén vakantieweek lang is Brussel ver weg voor Guy en zijn echtgenote Ann, maar hun aankomst in Jamaica begon bijna dramatisch. Ann, een verpleegster, redde op de luchthaven van Montego Bay op het nippertje het leven van een landgenoot.

"We stonden aan te schuiven voor de douanecontrole, toen een van onze Belgische medereizigers een zware epilepsieaanval kreeg", vertelt Guy Vanhengel. "De man sloeg als een plank achterover en kwam met een smak met zijn hoofd op de stenen terecht. Hij was aan het stikken, zijn gezicht was al blauw en hij lag in een grote plas bloed. Ann schoot toe, samen met twee medepassagiers."

ANN: "Meestal is zo'n aanval niet erg, maar deze wel. Alleen had ik de kracht niet om die man zijn mond te openen, zo verkrampt was hij. Een jonge gast die op huwelijksreis was, slaagde er toch in zijn vinger tussen die man zijn tanden te krijgen en zo heb ik er een bic kunnen tussenwringen. De man kon onmiddellijk weer ademen, maar het was bijna fataal afgelopen."

GUY: "Hij kwam snel bij bewustzijn en besefte niet wat er gebeurd was. Hij is toch naar het ziekenhuis gevoerd want hij had een lelijke hoofdwonde die genaaid moest worden. Blijkbaar was het de eerste keer dat hij zo'n toeval kreeg."

"Of ik daartegen kan? Bof, we hebben de gewoonte op zo'n momenten nogal kalm te blijven. Maar 't blijft een aandoenlijk zicht. Ik heb nog tegen die trouwer gezegd: 'Uw huwelijksreis begint goed. Uw vinger heeft het leven van een man gered.'"

. . .

GUY: "Waarom we naar Jamaica zijn gekomen? Door de Brusselse coalitie. Kort na de verkiezingen zijn we aan Nederlandstalige kant gestart met onderhandelingen tussen liberalen, christen-democraten en groenen: de Jamaicaanse coalitie noemen ze dat. De term komt uit Duitsland waar de liberalen geel zijn, de christen-democraten zwart en de groenen groen: de kleuren van de Jamaicaanse vlag."

"Na drie weken onderhandelen kwam ik thuis en vroeg Ann: 'Heb je nu al iets gevonden voor onze vakantie?' In een verkiezingsjaar voorzien we gewoonlijk niets want dan moeten we eerst klaarheid zien in de politieke situatie. Eind augustus konden we weg en ik vond deze prachtige last minute in Negril. Een tropisch resort, all in, vluchten inbegrepen. Goedkoper dan wat we normaal betalen voor een weekje in het zuiden van Frankrijk."

ANN: "Zondagavond hebben we nog samen met onze kinderen Eva en Bram doorgebracht. Eva kwam met haar nieuwe vriend terug van een reis naar Portugal, en Bram was met zijn nieuwe vriendin naar Thailand geweest. Ik heb nog gauw een paar wasmachines gevuld, maar strijken moeten ze zelf doen."

GUY: "Ze wonen allebei nog thuis maar Eva, die assistente is op de VUB en doctoreert, heeft nu een klein appartement gekocht in het centrum van Brussel. Bram ziet dat zijn zus in gang is geschoten en krijgt nu toch ook goesting om iets voor zichzelf te zoeken. Och, die vliegen binnen en buiten en volgens mij zal dat ook zo blijven."

"Ons huis in Evere is wel niet zo groot, maar ik heb een aanpalende loods kunnen kopen. Ik heb daar een toog ingezet en dat is en blijft ons meeting point. Vrienden, vriendinnen en een paar politici hebben al aan die toog gehangen."

"Bram en ik rijden met de motor en onze zoon heeft van zijn hobby zelfs zijn beroep kunnen maken: hij vertegenwoordigt een Italiaans merk. Hij haalt in onze loods oldtimers tot de laatste vijs uit mekaar. Om ze daarna terug in mekaar te knutselen."

ANN: "Vroeger zijn we nooit ver op reis geweest, dat kunnen we nu pas. Toen de kinderen klein waren, trokken we altijd naar het zuiden van Frankrijk. Met een vouwtent, ik denk dat we alle campings daar hebben aangedaan."

GUY: "Eens de kinderen groot, werden mijn ouders ziek en bleven we ook liever in de buurt. Mijn vader heeft een jaar gevochten tegen zijn leverkanker. Hij is nog een tijd lang goed geweest tot het ineens bergaf ging en hij is gestorven. Vijf jaar later kreeg mijn moeder een fatale hartaderbreuk. Mijn oudste broer is ook overleden, onze familie bleef niet van onheil gespaard."

. . .

GUY: "Zo'n reis als nu naar Jamaica, misschien zou ik daar vroeger de noodzaak niet van ingezien hebben. Nu wel, na de depressie die ik vijf jaar geleden heb gehad, ben ik op een andere manier beginnen leven."

"Een Brussels minister moet keihard werken, men onderschat het werkvolume en de complexiteit van de bevoegdheden. Ik werd daar zodanig door opgeslorpt, dat mijn wijzertje permanent in het rood stond. Ik dacht: dat gaat wel over, een keer goed slapen en het is voorbij. En ik bleef gas geven, tot het grondig misging. Ik kreeg zweetaanvallen en angstpsychoses. Ik werd gewoon ziek als ik onder de mensen kwam."

ANN: "Hij werd dan lijkbleek en ik wist: we zullen weer naar huis moeten. Je moet weten, Guy is een 'Pietje Precies' die het zichzelf niet gemakkelijk maakt. En voordat je een man als de mijne naar een dokter krijgt, moet er veel gebeuren."

GUY: "'Ik heb iets', dacht ik. 'Ofwel mijn hart, of mijn bloed'. Op de spoedafdeling hebben ze me onder alle machines gelegd en niets gevonden. 'Mijnheer, u bent een beetje overspannen', zegden ze."

"Ik boerde voort tot op een zeker moment het licht uitging. Ik had mezelf naar een debat in het parlement gesleurd waar ik het Verdrag van Maastricht moest verdedigen. Want ik deed Externe Betrekkingen. En Begroting, Financiën, Onderwijs, Ziekenhuizen... Je hebt er geen idee van hoe breed de bevoegdheden van een Brussels minister gaan. Ik zat in het parlement en zag de sprekerslijst. 38 man die hun licht over dat verdrag moesten laten schijnen."

"Ik werd wit, begon te hyperventileren. Mijn collega Serexe zei: 'Vas-y. Je tiens la baraque.' Ik ben thuis gekomen en 3 weken mijn bed niet uit geweest. Geen goesting. Ann en de kinderen hebben me tot rust laten komen en met de juiste medicatie ging het beter. We zijn dan samen naar Saint-Paul-de-Vence op vakantie gegaan, en daar heb ik 2 weken plat gelegen maar ervan genoten."

"In september ben ik terug gaan werken, maar het heeft tot januari geduurd vooraleer ik weer de oude was. Ik neem trouwens nog altijd medicatie en mijn dokter zegt dat ik dat voort moet doen. Of ik bang ben dat me het me terug overkomt? Ach, ik weet nu wat ik ertegen kan doen. Stop de klok, cool down, de motor op en er met mijn vrouw even tussenuit. Ik heb mijn les geleerd. Ook nu, als we na deze week terug thuiskomen, pak ik nog 3 vrije dagen. Met een jetlag onmiddellijk weer gaan werken: plus jamais."

"Mijn belangrijkste taak is af en toe een knoop doorhakken. Vroeger kon ik niet delegeren, nu wel. Ze moeten dat spel klaarmaken voor mij, zodat ik weet waar de knoop zit en ik hak dan wel."

. . .

ANN: "Mijn ouders hadden in Schaarbeek een kruidenierszaak en Guy woonde achter de hoek. We zijn 29 jaar getrouwd, maar we kennen mekaar van ons 14 jaar."

GUY: "Verliefd vanaf de eerste dag. En nog altijd verliefd."

ANN: "Toch heeft ook Guy wilde jaren gekend want mijn moeder stond er na de dood van mijn vader alleen voor en was tamelijk streng."

GUY: "Ann moest om elf uur 's avonds thuis zijn en ik zette haar trouw af, voordat ik met mijn maten verder ging kaarten of vogelpik spelen. Ik heb ook een tijd pintjes getapt in het beruchte café Arduin in Brussel. Ik heb met Ann opgediend op feesten, ik kocht zo'n witte garçonvest met koperen knopen en van die epauletten met mayonaise-krullen. Gelijk een echte, quoi. Met het geld dat we verdienden konden we weer een week uitgaan."

"Ik was onderwijzer en heb twee jaar voor de klas in de Brusselse Kakelbontschool gestaan. Om een cent bij te verdienen werd ik regionaal medewerker voor Het Laatste Nieuws. Het allereerste artikeltje dat ik op mijn 18de schreef heb ik nog: 'Het ontstaan van de sociaal-culturele raad in Schaarbeek', door mijn pa verbeterd met rode bic."

"Ann en ik zijn getrouwd toen we 22 jaar waren. Ik werkte al twee jaar, moest nog mijn militaire dienst doen en mijn vrouw was zwanger van Bram. Het leger was heel vriendelijk met mij, ze hebben me kort bij huis gekazerneerd."

"Door de krant kwam ik voor het eerst in aanraking met de politiek. Voor Radio Contact heb ik de toen totaal onbekende Annemie Neyts geïnterviewd, ik heb het bandje nog altijd thuis liggen. 'Vanavond hebben we een beloftevolle kandidate in de studio die voor de eerste keer meedoet aan de verkiezingen. Mevrouw Uyttebroek, goedenavond.' Annemie is toen verkozen geraakt en meteen staatssecretaris geworden. De laatste maanden van mijn legerdienst werd ik haar woordvoerder. Aan het tarief van het leger, twintig frank per uur of zo."

"Twee, drie jaar ben ik bij Annemie gebleven tot ik in het kielzog van Verhofstadt belandde. Eigenaardig, dat klikte direct. Een onmiddellijke verstandhouding. Ik werd zijn woordvoerder en zijn manusje-van-alles. Hij is zo, hij vertrouwt een paar mensen en die moeten dan vanalles doen. Hij is erkentelijk en trouw voor de mensen die het goed menen, maar dat betekent niet dat je een gatlikker moet zijn. Zéker niet. Er is geen mens met wie ik meer ruzie heb gemaakt dan met Guy. Positieve ruzies. Discuteren en argumenteren, altijd opnieuw. En luíd spreken, roepen zeg maar. Ze hoorden ons bezig op het partijbureau. Hilarisch soms, het volume steeg en we riepen tegen mekaar op, want wat dat betreft zijn we dezelfden. Hoe dat eindigde? Eén van de twee moest plooien. Meestal ik." (lacht) "Maar niet altijd. Voor goeie argumenten wijkt Verhofstadt, maar je moet er dan ook voor gáán."

ANN: "Ik heb nog dat artikeltje in mijn portefeuille van toen je woordvoerder werd van Verhofstadt."

Ze verdwijnt, komt terug met het zorgvuldig gevouwde knipsel uit '87. Guy Vanhengel valt zowat van zijn stoel. "Schat, allez. Heb jij dat altijd bijgehouden?" Ann lacht verlegen.

. . .

"Ik ben geen markteconoom-liberaal maar een humanistische liberaal, vandaar mijn affiniteit met Bob Marley. Die man, da's vrijheid. Maar om vrijheid te kunnen geven moet er een minimum aan regelgeving zijn, aan gezag, aan ordelijke werking van de overheidsapparaten. Dat laatste kost geld, en er is te weinig geld. Véél te weinig."

"Het gat in de begroting is gigantisch groot. Meer dan twintig miljard euro of achthonderd miljard oude franken, da's nog nooit voorgekomen. In de jaren 80, toen Guy Verhofstadt daar zat, moesten we tweehonderd miljard frank besparen. Nu is het probleem vier keer groter en de tijd om dat gat te dichten is veel korter dan toen. De vergrijzing komt aan een razend tempo op ons af en we moeten de pensioenen kunnen betalen. Ik heb maar één boodschap: iederéén zal een inspanning moeten leveren."

"Er mag zo min mogelijk geld verloren gaan in hoekjes en kantjes waar het onproductief is en in álle beleidsdomeinen zijn er hoekjes en kantjes, dat hebben we in de jaren 80 ook gemerkt. Overal moeten we gaan zoeken, er kunnen geen uitzonderingen zijn. De federale overheid heeft voor de helft middelen die uitbesteed worden aan de gemeenschappen, de gewesten en het eigen beleid en de andere helft is voor de sociale zekerheid. We hebben de beste sociale zekerheid van de wereld en die moeten we koesteren, maar ook daar moet in alle hoekjes gezocht worden. Voorbeelden? De medische overconsumptie en dan vaak ook nog met de duurste medicatie. Die dagelijkse middeltjes zoals zuurremmers en cholesterolremmers. Ik wil me nu niet de hele farmaceutische sector op de nek halen, maar toch. We moeten zo oordeelkundig mogelijk tewerk gaan."

. . .

GUY: "Na de verkiezingen hebben ze een beetje langs alle kanten aan mijn mouw getrokken. Achteraf bekeken niet zo verwonderlijk want ik hoor niet echt tot een tussengeneratie maar ben toch wat jonger dan de anderen. Keulen en Somers zijn in feite mijn 'poulains'. Voor mensen uit Vlaanderen ben ik 'dien Brusselaar', ze weten niet wat mijn positie is binnen het geheel van de partij."

"Ja, ik heb de komende twee jaar als minister van Begroting de meest ondankbare taak. Maar iemand moet dat doen."

ANN: "Guy was om middernacht thuisgekomen. Ik lag al in bed omdat ik ochtenddienst had in het Sint-Jansziekenhuis waar ik nog altijd fulltime op de materniteit werk. 'Ik ben blij dat je nog wakker bent', zei Guy. 'Want ik moet je iets zeggen. Ze hebben me gevraagd minister van Begroting te worden.' We hebben nog lang liggen praten, van slapen kwam niet veel. Guy is nog opgestaan om even een sigaretje te roken. 't Was even moeilijk, aan zoiets hadden we nooit gedacht."

GUY: "Ik twijfelde maar de Vld heeft me ongelooflijke kansen gegeven. Ik ben tien jaar minister mogen zijn in Brussel. Ik heb daar heel hard voor gewerkt maar goed, als Guy me met enige aandrang iets vraagt, dan doe ik dat."

"Ik heb een beetje een déjà vu. Begin van de jaren 80 verkeerden we in identiek dezelfde situatie. De partij was fors achteruit gegaan, Willy De Clercq werd commissaris van de Europese Commissie, Verhofstadt was voorzitter en we moesten een nieuwe vicepremier aanduiden. De partijtop vroeg het aan Frans Grootjans die in het parlement zat, een gewaardeerd minister was geweest, maar bezig was zijn krant te leiden en er geen zin in had. Na enige overtuigingskracht van enkelen sprong hij toch in het water en kon hij het herstel inzetten."

"De tweede déjà vu is dat hemelsgrote gat. Ondertussen zijn er de gemeenschappen en gewesten ontstaan die veel verantwoordelijkheid en geld hebben toegestopt gekregen, zij beschikken over grote autonomie en over verzekerde middelen. Maar die middelen zijn alleen verzekerd voor zover dat schip niet zinkt. Als zij niet meedoen, gáát dat schip zinken."

"De derde déjà vu is de situatie waarin de partij verkeert. We moeten terug bergop gaan, onze verantwoordelijkheid nemen en wegblijven van het politieke gehakketak. In die context bevalt mij de aanpak van Herman Van Rompuy: rust, kalmte en tot de kern van de dossiers gaan. Het moet mogelijk zijn met de ploeg die er nu is om het herstel in gang te kunnen steken en de situatie op te kuisen. Da's een zeer, zeer, zeer, zéér moeilijke challenge. Maar wat we in de jaren '80 konden, moeten we nu ook kunnen."

. . .

"Eén jaar heb ik het geweldig naar mijn zin gehad. Het jaar dat ik als minister van Sport in de Vlaamse regering zat. Eddy Merckx, een man die zich altijd buiten de politiek hield, nam toen ik weg moest mijn verdediging op zich. Formidabel, toch? Het beleid doet zo weinig voor sport, dat als je een klein beetje je botten daarvoor afdraait, het direct erkend wordt. Ik ben ook altijd supporter geweest voor vanalles en nog wat. Voor Anderlecht, om maar iets te noemen."

"Ik moest mijn ontslag geven op mijn verjaardag 10 juni, zes jaar geleden. Moeilijk, want ik deed die job duvels graag. Ik ging van kantoor naar het restaurant om met mijn gezin iets te eten. Daar zaten mijn vrouw en de kinderen in het gezelschap van Eddy Merckx en Claudine. Ongelooflijk. Of ik een traantje heb gelaten? Neen, dat doe ik niet zo makkelijk. Mijn vrouw doet dat voor mij. Kijk, nu nog, hé."

Ann probeert haar ontroering te verbergen.

"Voor ik nu vertrok, heb ik nog geflikt gekregen dat de atletiekpiste van de Heizel na 13 jaar heraangelegd werd. Dat wordt van groot belang in september als mister Usain Bolt komt. Hij heeft in Berlijn zijn wereldrecord verbeterd op een piste die niet zo goed is als die nieuwe van ons, er zit dus nog een wereldrecord in."

"Wilfried Meert, de organisator van de Memorial Van Damme, is op gebied van atletiek een wereldautoriteit. Nu lopen we met een plannetje om naar aanleiding van de 50 jaar onafhankelijkheid van Congo volgend jaar een meeting in Kinshasa te organiseren. We hebben dat al in Dakar en Rabat gedaan, dat moet daar ook kunnen. In het kielzog volgen een hele hoop contacten die interessant zijn voor alle partijen. Zie je, ik ben niet krenterig. Ik geef geld aan iets dat nuttig is en een meerwaarde heeft."

. . .

Guy Vanhengel zet 'No woman no cry' op. 'Verkeerde keuze', zeg ik maar ik krijg lik op stuk. "Bob Marley heeft dat liedje geschreven voor zijn vrouw, hij bedoelde dat goed. Hij wou zeggen: 'Meisje, je moet niet huilen als ik wegga'. Maar die Jamaicanen hebben geen syntaxis, die spreken hun zinnen maar half uit."

Zing je dat ook als je naar een vergadering van de ministerraad gaat, vraag ik. "Alleen voor marathonzittingen", antwoordt hij.

GUY: Vijf jaar geleden heb ik een zware depressie gehad. Angstpsychoses. Ik werd gewoon ziek als ik onder de mensen kwam

Het Laatste Nieuws

© 2009 De Persgroep Publishing


LINKS:

www.vld.be

www.vldbrussel.be

www.brussels.irisnet.be

www.digitaalbrussel.be

www.vgc.be

www.kopeninbrussel.irisnet.be