|
Interview “La Tribune”
10 “proustiaanse” vragen aan Vanhengel
Guy Vanhengel, Brussels minister van Financiën, geboren op 10 juni 1958 in Brussel. Ik ben dus een rasechte Brusselaar. Ik ben onderwijzer van opleiding (normaalschool Karel Buls 1979). Er waren weinig scholen die de jonge Vlaamse Brusselaars verdedigden, maar dan was wel het geval bij Buls, daarom heb ik daar gestudeerd.
Ik heb eerst twee jaar lesgegeven aan de Kakelbontschool van het Brussels stadsonderwijs. Daarna heb ik voor Annemie Neyts gewerkt die toen Brussels staatssecretaris was. Dan ben ik woordvoorder van Guy Verhofstadt geworden, toenmalig vice-premier en minister van begroting. Een Brusselaar is liberaal ingesteld en ik benadruk dat liberalisme niet hetzelfde is als kapitalisme. Ik ben een Brusselse liberaal omdat ik me echt om de Brusselaars bekommer en niet enkel om hun centen.
- Hoe bent u in de politiek geraakt ?
Ik ben de politieke wereld binnengestapt via de journalistiek. Ik ben begonnen als correspondent voor « Het Laatste Nieuws ». Ik informeerde de redactie over àlles wat in Brussel gebeurde: sport, onderwijs, politiek, ...
Mijn vrouw, mijn kinderen, België verkennen, de motor, sport (voetbal, wielrennen, ski, ...) en ik ben supporter van Royal sporting Club Anderlecht. Een maal jaarlijks trek ik graag naar Avoriaz om zelf te skieën. Ik wil soms dolgraag erbij zijn, op een happening of tentoonstelling, en ik ben vaak teleurgesteld dat ik niet op twee plaatsen tegelijk kan zijn. En ik kàn niet overal naartoe hollen... het lichaam stelt ook nog grenzen...
- Wat trekt u zo aan in Brussel ?
Ik hou van Brussel omdat het een grootstad is met karakter, een levendige stad. Het is een menselijke stad. Brussel heeft voor ieder wat, zowel in het ontspanningsaanbod, cultuur, uitstappen, gastronomie enzovoort. Ik vind het ook prettig dat Brussel non-conformistisch is, met andere woorden hou ik van het gemengde en kosmopolitische karakter van Brussel.
Ik heb drie prioriteiten : mobiliteit, onderwijs, fiscaliteit. Wat dit laatste betreft ijver ik voor een financiering van de steden door middel van een verlaging van de fiscaliteit op onroerende goederen, want er is en blijft één anomalie die ik maar niet kan begrijpen, namelijk dat de lasten in de stad hoger zouden liggen dan op het platteland. Stedelingen betalen meer lasten, maar kosten het minst op het vlak van waterzuivering, veiligheid, wegenbouw en rioleringswerken, openbaar vervoer. Deze kosten zijn inderdaad pro rato minder hoog, aangezien Brussel dichter bevolkt is dan de anderen gewesten. Ik zou dit mechanisme graag omkeren.
De communautaire problemen verdraag ik slecht.
Ik heb een neiging naar nauwkeurigheid. Met andere woorden: het moet juist zijn. Wie is uw lievelingscomponist ?
Mijn lievelingscomponist is natuurlijk Mozart.
- Lievelingsauteur ? Boek ?
Ik zou Willems Elsschot noemen, de auteur van « Kaas ». Lielingsboek is van dezelfde schrijver: « Lijmen en het been ».
Een typisch Brusselse zegswijze: « ‘t es veuj Buls ». Wanneer je een pintje gaat drinken gebruik je dit om uit te drukken dat dit glas niét betaald hoeft te worden: ‘t is voor Buls. Het is wel niet hetzelfde als « tournée générale »...
|