Het Brussels Gewest viert zijn 20 jaar: tijd voor verandering |
04/11/2008 |
|
Toespraak van Guy Vanhengel: Brussels minister van Financiën voor de studenten van de Universitaire faculteiten Saint-Louis. In 2009 viert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest haar 20-jarig bestaan. De balans is eerder positief, want er is heel wat gerealiseerd. Toch wordt het hoog tijd dat Brussel krijgt wat het toekomt: een correcte financiering voor Brussel.
Ten eerste telt Brussel "maar" 1 miljoen inwoners op de 10 miljoen Belgen. Niet zo'n gigantische vertegenwoordiging dus. Ten tweede heeft de federale overheid de macht van Brussel steeds willen inperken om communautaire redenen: het gebrek aan financiële middelen is vaak gebruikt als pasmunt bij taalkwesties. Vlamingen en Walen vinden mekaar steeds om de financiële middelen te verdelen onder mekaar, en dit ten koste het Brussels Gewest. In verhouding met het economisch gewicht dat het gewest vertegenwoordigt, beschikt het nooit over de juiste middelen. Hierbij enkele cijfers om dit aan te tonen: - 34% van de vennootschapsbelasting die naar de Federale overheid gaan, komen uit Brussel. Mocht Brussel de eigen ontvangsten mogen behouden, dan zou Brussel net zo'n fiscaal paradijs kunnen worden als bijvoorbeeld Monaco. - 20 % van het Belgisch BBP komt uit het Brussels Gewest met slechts 10 % van de inwoners uit het hele land. (Meer dan het dubbel) - Brussel wordt vaak met werkloosheid geassocieerd, maar men vergeet dat Brussel het grootste tewerkstellingsbassin van heel België is met 676.590 arbeidsplaatsen waarvan er 364.000 worden ingenomen door pendelaars vanuit Vlaanderen en Wallonië. Enerzijds zijn de Brusselse middelen ontoereikend om de uitdagingen voor Brussel aan te gaan. Anderzijds is elke geïnvesteerde euro in Brussel welbesteed, want hij schept een meerwaarde. Het zijn de Vlaams- en Waals Brabanders die het meest profiteren van de Brusselse rijkdom. Brussel exporteert zijn rijkdom. Ik heb de kans gehad om over Brabant te vliegen met de helicopter. Ik was zeer verrast door het aantal privé-zwembaden. Brabant telt meer privé-zwembaden dan sociale woningen. Keerbergen in Vlaanderen en Lasne in Wallonië zijn de twee meest sprekende voorbeelden. Waar komt deze rijkdom vandaan? Het antwoord is simpel: vanuit Brussel. Brussel exporteert eigenlijk rijkdom en importeert armoede. Het zijn meestal de meest behoeftigen die zich aangetrokken voelen tot de grootsteden. De sociale woningen vertegenwoordigen 10% van het woningenbestand in Brussel. In de rand kunnen we ze op één hand te tellen. Ik nodig u trouwens uit om eens naar de Brabantse OCMW's te gaan: daar komt amper iemand over de vloer in vergelijking met de volle wachtzalen in Brussel. Ik blijf het Brussels Gewest met hand en tand verdedigen, omdat het de economische motor van het land is, en omdat die motor moet geölied worden om goed te kunnen draaien. Vandaar dat ik tot het bittere eind zal vechten voor een correctere financiering. Brussel heeft recht op 500 miljoen euro extra. Deze 500 miljoen euro zouden aan drie prioriteiten moeten worden besteed: HET ONDERWIJS, HET OPENBAAR VERVOER, DE FISCALITEIT:
Het gebrek aan financiële middelen heeft een directe impact gehad op het Brusselse openbaar vervoer. De achterstand op het gebied van het openbaar vervoer is gigantisch. Alle grootsteden, zoals Parijs, Londen en Moskou hebben hun metronet gebouwd in het begin van 20ste eeuw. België investeerde in de boerentram naar de rand.
Persoonlijk verkies ik een financiering van de grootsteden door middel van een stadskorting, want er bestaat een anomalie. Wie in de stad woont, kost de overheid minder voor openbaar vervoer, waterzuivering, veiligheid, wegenaanleg, rioleringen, enz. Nochtans zijn het de stedelingen die meer belastingen betalen. Dat moet veranderen. Daarom ben ik voorstander van een grondige verlaging van de fiscaliteit op het wonen in stedelijke gebieden. |